Artikel 46-54: Toetreding, wijzigingen, voorbehouden en opzegging
De artikelen 46 tot en met 54 van het Kinderrechtenverdrag gaan over het verdrag zelf. Er staan hierin dus geen rechten voor kinderen. Deze artikelen regelen bijvoorbeeld welke landen aan het verdrag mee kunnen doen (toetreding) en hoe zij ermee kunnen stoppen (opzegging). Ook is hierin geregeld hoe landen artikelen in het verdrag kunnen wijzigen en hoe zij aparte afspraken kunnen maken (voorbehouden).
Artikel 46
Alle landen mogen dit Kinderrechtenverdrag ondertekenen.
Artikel 47
Het Kinderrechtenverdrag moet worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden naar de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gestuurd.
Landen die het Kinderrechtenverdrag ondertekenen, moeten het verdrag officieel bevestigen (bekrachtigen). In Nederland doen de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de koning dat.
Artikel 48
Het Kinderrechtenverdrag blijft voor landen open om toe te treden. De akten van toetreding worden naar de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gestuurd.
Landen die het Kinderrechtenverdrag nog niet hebben ondertekend, mogen zich ook aansluiten bij het verdrag.
Artikel 49
- Dit Kinderrechtenverdrag gaat in op de 30e dag nadat de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties 20 akten van bekrachtiging of toetreding heeft ontvangen.
- Voor elk land dat dit Kinderrechtenverdrag bekrachtigt of dat toetreedt tot dit verdrag nadat het verdrag al is ingegaan zoals staat in punt 1, gaat het verdrag in op de 30e dag nadat dat land de akte van bekrachtiging of toetreding naar de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties heeft gestuurd.
Dit artikel regelt wanneer het Kinderrechtenverdrag ingaat. Dat was al in 1989. In Nederland ging het verdrag in 1995 in.
Artikel 50
- De landen die het Kinderrechtenverdrag hebben ondertekend, kunnen wijzigingen voorstellen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal legt het voorstel voor aan alle landen die meedoen, met de vraag om te laten weten of ze bij elkaar willen komen om erover te stemmen. Laat ten minste een derde van de landen binnen vier maanden weten dat ze dat willen? Dan roept de Secretaris-Generaal de landen bij elkaar om te vergaderen. Als een meerderheid van de landen die aanwezig zijn de wijziging ondersteunen, dan wordt de wijziging aangenomen en voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
- Een wijziging die is aangenomen zoals staat in punt 1, gaat in nadat de Algemene Vergadering de wijziging heeft goedgekeurd en die is aanvaard door een meerderheid van twee derde van de landen die het Kinderrechtenverdrag hebben ondertekend.
- Als een wijziging ingaat zoals staat in punt 2, dan moeten de landen die het Kinderrechtenverdrag hebben ondertekend en die de wijziging hebben aanvaard, zich eraan houden. De andere landen moeten zich blijven houden aan de artikelen van dit Kinderrechtenverdrag en aan de wijzigingen die zij wel hebben aanvaard.
Als landen iets willen veranderen in het Kinderrechtenverdrag, dan is daar een procedure voor. Die procedure staat in dit artikel. Is er iets veranderd? Dan moeten de landen die meedoen aan het verdrag zich niet alleen aan het verdrag houden, maar ook aan de veranderingen die zij hebben goedgekeurd.
Artikel 51
- De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ontvangt de aparte afspraken die de landen maken als zij het Kinderrechtenverdrag bekrachtigen of eraan meedoen. De Secretaris-Generaal stuurt deze afspraken naar alle landen die meedoen.
- Een aparte afspraak die niet past bij het doel en de strekking van het Kinderrechtenverdrag is niet toegestaan.
- Een aparte afspraak kan altijd worden ingetrokken. Dat kan door dat mee te delen aan de Secretaris-Generaal, die dat dan laat weten aan alle landen die meedoen. De verandering gaat in op de datum dat de Secretaris-Generaal die ontvangt.
De landen kunnen een voorbehoud maken. Dat betekent dat zij zeggen dat ze zich niet houden aan bepaalde delen van het Kinderrechtenverdrag. Nederland heeft drie voorbehouden gemaakt.
Artikel 52
Landen die het Kinderrechtenverdrag hebben ondertekend, kunnen het verdrag opzeggen. Dat moeten zij dan schriftelijk laten weten aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Eén jaar nadat de Secretaris-Generaal dat bericht heeft ontvangen, gaat de opzegging in.
Een land dat het Kinderrechtenverdrag opzegt, wil niet meer meedoen. Eén jaar nadat het land dat schriftelijk heeft laten weten, hoeft het zich niet meer te houden aan de afspraken in het verdrag.
Artikel 53
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is de depositaris van het Kinderrechtenverdrag.
Een depositaris is iemand die een internationaal verdrag beheert, dus zorgt voor bijvoorbeeld de administratie, toetredingen en veranderingen. Voor het Kinderrechtenverdrag is dat de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 54
Het oorspronkelijke exemplaar van dit Kinderrechtenverdrag ligt bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Er is een Arabische, Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse tekst, die allemaal dezelfde inhoud hebben.
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties bezit de oorspronkelijke tekst van het Kinderrechtenverdrag. Daarvan bestaan zes gelijke versies in zes verschillende talen.