Kinderrechtenverdrag
Kinderen en jongeren over de hele wereld zijn beschermd door allemaal wetten en regels. Jij dus ook! In het Kinderrechtenverdrag staat waar je recht op hebt vanaf je geboorte totdat je 18 jaar wordt. We hebben een paar belangrijke afspraken uit het verdrag op een rij gezet.
Wat is het Kinderrechtenverdrag?
Het Kinderrechtenverdrag is een afspraak tussen bijna alle landen in de wereld. In die afspraak staat wat kinderen nodig hebben om veilig, gezond en gelukkig op te groeien. De Verenigde Naties hebben het verdrag in 1989 gemaakt. Vanaf 1995 doet Nederland ook mee, daarom moet Nederland doen wat in het Kinderrechtenverdrag staat. Ook moet Nederland zijn eigen wetten zo maken, dat die passen bij het Kinderrechtenverdrag.
Waarom is dat belangrijk voor mij?
Het Kinderrechtenverdrag is heel belangrijk voor alle kinderen en jongeren in de wereld. Daarin staat namelijk dat je rechten rechten hebt en wat die rechten precies zijn. Want volgens het verdrag zijn kinderen niet alleen jonge mensen voor wie je goed moet zorgen, maar mensen die eigen rechten hebben, dus net als volwassenen. Het verdrag zegt ook dat de landen die meedoen, er goed voor moet zorgen dat kinderen die rechten ook echt krijgen.
Wat staat er in het Kinderrechtenverdrag?
In het Kinderrechtenverdrag staan de rechten van kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar oud. Die gaan over alles waarmee je te maken krijgt als je opgroeit. Dus over bijvoorbeeld ouders, opvoeding, school, gezondheid en je eigen mening geven. Maar ook over dingen waarmee je hopelijk niet te maken krijgt, zoals mishandeling, kinderarbeid en vluchten naar een ander land. In het Kinderrechtenverdrag staat ook hoe de overheid er in al die situaties voor moet zorgen dat je veilig, gezond en gelukkig kunt opgroeien. De overheid is de regering van een land en alle mensen die daarvoor werken.
Alle kinderrechten
Wil je alles over kinderrechten weten? Kijk dan op onze kinderrechtenpagina. Daar staan alle 54 artikelen uit het Kinderrechtenverdrag. Die zijn geschreven voor volwassenen, dus misschien moet je een volwassene vragen om je te helpen als je iets niet snapt.
Aantal afspraken uit het Kinderrechtenverdrag
Bescherming tegen discriminatie
Discriminatie is dat je iemand op een oneerlijke manier anders behandelt. Alleen maar omdat diegene niet helemaal hetzelfde is als jij. Het gaat dan bijvoorbeeld over geslacht, leeftijd, godsdienst of uit welke groep mensen die komt.
Alle mensen zijn gelijk, daar is geen uitzondering op. En in het Kinderrechtenverdrag staat dus dat het niet uitmaakt wie je bent, waar je vandaan komt, hoe je eruitziet en wat je gelooft. Alle rechten uit het Kinderrechtenverdrag gelden dus voor ieder kind. En de overheid moet er alles aan doen om je te beschermen tegen discriminatie.
Beslissingen die goed zijn voor jou
Volwassenen nemen vaak beslissingen die over jouw leven gaan. Daarbij moeten ze goed kijken naar wat het beste is voor jou. Als je ouders of verzorgers je niet goed meer kunnen verzorgen, dan moet de overheid helpen. Ook dit staat in het Kinderrechtenverdrag.
Een omgeving waarin je kunt leven en groeien
Je hebt recht op leven. De overheid moet ervoor zorgen dat je veilig kunt opgroeien en leven. En dat je je kunt ontwikkelen. Ontwikkelen betekent hier dat je leert en oefent, zodat je steeds meer weet en kunt, voor jezelf en voor wat je later wilt worden.
Een identiteit: weten wie je bent
Identiteit is je eigen persoonlijkheid, dat wat jou anders maakt dan anderen. Dat is in ieder geval je voornaam, achternaam en nationaliteit, dus uit welk land je komt. Nadat je geboren bent, moeten je ouders of verzorgers die gegevens laten opschrijven bij de gemeente. Ook moet daar staan wie je ouders zijn. De overheid moet je identiteit beschermen. Die mag iemand dus niet zomaar veranderen.
Een band met je ouders hebben
Je hebt het recht om te weten wie je ouders zijn. Ook heb je het recht om bij je ouders te wonen en op te groeien. Dat laatste kan niet altijd, bijvoorbeeld als je ouders niet goed meer voor je kunnen zorgen. Als dat zo is, heb je nog wel het recht om contact met je ouders te hebben. Alleen als dat contact niet goed voor je is, dan mag dat ook niet meer. Maar dat kan alleen als een rechter zegt dat je je ouders (een poosje) niet meer mag zien en spreken.
Een eigen mening hebben en informatie krijgen
Je mag denken wat je wilt en je mag over alle onderwerpen vertellen wat jij daarvan vindt. Helemaal als het gaat over iets wat belangrijk is voor jou. Dus als volwassenen een beslissing over jou nemen, moeten ze ook vragen wat jij daarvan vindt. En daar moeten zij naar luisteren. Mag je dan altijd alles zeggen? Nee, want je moet natuurlijk wel rekening houden met de rechten van anderen. Je mag daarom iemand niet discrimineren, uitschelden of beledigen.
Voor een eigen mening is informatie heel belangrijk. Daarom moet de overheid ervoor zorgen dat je op internet kunt en dat je bijvoorbeeld boeken en kranten kunt lezen, naar de radio kunt luisteren en tv kunt kijken. Tegelijk moet de overheid je ook beschermen tegen informatie die niet goed is voor je. Bijvoorbeeld foto’s en filmpjes die je bang maken of haatberichten.
Zelf weten of je in een god gelooft
Je mag zelf weten of je in een god gelooft of niet. Het maakt dus niet uit of je ouders wel of niet geloven. Je ouders mogen ook niet zeggen dat je moet geloven of juist niet mag geloven. En als je een geloof wel bij jezelf vindt passen, dan mag je daar ook iets mee doen. Je mag bijvoorbeeld thuis of in de kerk, moskee of tempel bidden. Of een kruisje, hoofddoek of keppeltje dragen.
Weet je niet zeker of je wel of niet wilt geloven? Dan kun je er met iemand over praten, zoals met je ouders of verzorgers. En je mag er natuurlijk altijd weer anders over denken.
Privacy en een privéleven hebben
Privacy gaat over ongestoord alleen of met anderen kunnen zijn. Ook mogen anderen niet zomaar alles van jou weten. Hoe oud je ook bent, je hebt altijd recht op privacy. Niemand mag daarom bijvoorbeeld zonder dat je dat goed vindt je dagboek lezen of de appjes die je stuurt of krijgt. En je mag gerust alleen of met anderen op je eigen kamer zijn, zonder dat iemand je stoort of je stiekem bekijkt of afluistert. Ook hoef je niet alles wat je denkt of weet aan anderen te vertellen. Behalve als het gaat om iets ergs. Maar andere dingen zijn gewoon privé.
Een privéleven hebben betekent ook dat niemand zonder dat je dat goed vindt foto’s of filmpjes van jou op bijvoorbeeld internet of in een krant zet. Ook mag niemand informatie over jou aan anderen geven. Ook je ouders of verzorgers of leraren mogen dat niet doen.
Een goede opvoeding krijgen
Je ouders moeten ervoor zorgen dat je een goede opvoeding krijgt. Als dat niet goed lukt, dan moet de overheid helpen. Er zijn ook organisaties die daarbij kunnen helpen. Werken je ouders of verzorgers? Dan moet de overheid ervoor zorgen dat zij geld krijgen om je naar een kinderopvang te brengen als zij gaan werken.
Bescherming tegen misbruik, mishandeling en verwaarlozing
Je hebt het recht om in een veilige omgeving op te groeien. Je mag nooit, maar dan ook echt helemaal nooit worden misbruikt, mishandeld of verwaarloosd. Dat betekent dan niemand je expres pijn mag doen of expres ongelukkig mag maken, en dat je altijd de aandacht en zorg moet krijgen die je nodig hebt. Als iemand je toch slecht behandelt, dan moet de overheid je meteen helpen.
Een goede gezondheid hebben
Je hebt het recht om gezond op te groeien en je hebt recht op goede zorg. Ben je ziek of gewond? Dan moet je bij een dokter of ziekenhuis in de buurt de verzorging krijgen die je nodig hebt. Of voel je je somber of heb je vervelende gedachten? Dan moet er iemand zijn met wie je kunt praten en die jou kan helpen om je beter te voelen. De overheid moet jou en je ouders of verzorgers ook vertellen wat goed en slecht is voor je gezondheid.
Eten, drinken en een huis hebben
Je moet een huis hebben om in te wonen, kleren om te dragen en genoeg eten en drinken. Ook moet je leren wat goed voor je is. Dat zijn dingen waarvoor je ouders of verzorgers moeten zorgen. Als dat niet goed lukt, dan moet de overheid helpen.
Onderwijs krijgen dat bij je past
Je hebt het recht om naar school te gaan. De basisschool moet voor iedereen gratis zijn. En als je dat wilt en kunt, moet je daarna naar het voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of hoger onderwijs kunnen gaan. De leraren op school moeten goed met je omgaan. Ze mogen niet tegen je schreeuwen en ze mogen je zeker niet slaan of uitschelden.
In Nederland is naar school gaan trouwens niet alleen een recht, maar ook een plicht. In de wet staat namelijk dat je van je 5e tot je 16e jaar naar school moet. Dat heet leerplicht. En tussen je 16e en 18e jaar mag je alleen van school gaan als je een diploma hebt van de havo, het vwo of ten minste mbo 2.
Genoeg tijd hebben om te rusten en spelen
Je hebt recht op vrije tijd om te spelen, te sporten of niks te doen. Ook moet je kunnen meedoen aan artistieke en culturele activiteiten, dus activiteiten in de kunst en cultuur. Bijvoorbeeld de eindmusical op school.
Bescherming tegen zware straffen
Als in de wet staat dat je iets niet mag doen, en je doet het dan toch, dan kun je in contact komen met de politie. Als het erg is wat je hebt gedaan, dan kun je zelfs een straf krijgen van de rechter. Voor kinderen en jongeren zijn er andere regels dan voor volwassenen. De politie en de rechter moeten bijvoorbeeld rekening houden met je leeftijd. Ze mogen je ook niet zomaar ondervragen, dus dingen vragen over wat je fout hebt gedaan. Ook mogen ze je niet dwingen om iets te zeggen. Als je met de politie of de rechter praat, moet er een advocaat bij zijn of iemand anders die jij vertrouwt.
De politie mag kinderen ook nooit zomaar gevangennemen of opsluiten. Gebeurt dat toch? Dan hoef je niks te zeggen totdat er een advocaat bij is. De politie mag je alleen opsluiten als het echt niet anders kan, en maar zo kort mogelijk. Je mag altijd contact opnemen met je ouders, verzorgers of familie. Krijg je een straf? Dan is het belangrijk dat je daarna zo snel mogelijk weer gewoon verder kunt leven. De politie of iemand anders mag je nooit, maar dan ook echt helemaal nooit slaan of op een andere manier expres pijn doen of expres ongelukkig maken.
De leeftijdsladder
In het Kinderrechtenverdrag staat dus precies waar je recht op hebt vanaf je geboorte totdat je 18 jaar wordt. Ook in de wet staat wat je als kind mag en moet op een bepaalde leeftijd. Wil je precies weten hoe het zit? Lees dan de leeftijdsladder!
Het beste besluit voor jou
Soms nemen volwassenen belangrijke beslissingen over jou, zoals je leraar, de politie of een zorgverlener. Bijvoorbeeld over waar je gaat wonen, welke zorg je krijgt of naar welke school je gaat. Je hebt het recht om bij belangrijke beslissingen over jouw leven te zeggen wat je vindt. De Kinderombudsman helpt jou hierbij op weg!