Recht op onderwijs voor alle kinderen
Te veel kinderen in Nederland krijgen geen onderwijs. Er zijn verschillenden redenen waarom kinderen niet naar school kunnen. Sommige kinderen hebben extra begeleiding nodig op school, maar die is er niet. Andere kinderen hebben last van pesten of discriminatie. En er zijn ook ouders die hun kind thuis houden, omdat een school niet past bij hun geloof of levensbeschouwing, dus de kijk op hoe je je leven moet leiden. Zij geven hun kind liever thuisonderwijs. In Nederland is daar geen toezicht op.
Niet naar school gaan heeft allerlei gevolgen voor kinderen, waardoor ze hun leven gemiddeld een onvoldoende geven. Zo hebben ze minder vrienden en hebben ze het gevoel dat ze er niet bij horen. De Kinderombudsman maakt zich grote zorgen over het welzijn en de ontwikkeling van kinderen die niet naar school gaan.
Wat vindt de Kinderombudsman?
De Kinderombudsman vindt het belangrijk dat het onderwijs toegankelijk wordt voor alle kinderen. Dus ook voor leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ontwikkelingsachterstanden, gedragsproblemen, emotionele problemen of leermoeilijkheden. Alle kinderen moeten kunnen meedoen op school en samen naar een school kunnen gaan in de buurt. Het is belangrijk dat zo’n onderwijssysteem er snel komt. Ook is een andere manier van denken nodig, van leerplicht naar leerrecht. Ieder kind heeft immers recht op onderwijs.
Kinderen op de wachtlijst moeten onderwijs krijgen
Kan een kind niet op een reguliere school blijven en staat het op de wachtlijst voor speciaal onderwijs? Dan moet de school het kind onderwijs blijven geven zolang het nog niet op de nieuwe school terechtkan.
Onderzoek de kwaliteit van thuisonderwijs
Steeds meer kinderen krijgen een vrijstelling van de Leerplichtwet vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking. Of vanwege het geloof of de levensbeschouwing van hun ouders. Ook zitten er kinderen thuis zonder vrijstelling. De overheid weet niet wat er daarna gebeurt: krijgen ze thuisonderwijs? En zo ja: wat leren ze en wat is de kwaliteit van het onderwijs? In een algemeen commentaar bij het Kinderrechtenverdrag staat dat onderwijs meer is dan rekenen en taal leren: het is een voorbereiding op deelname aan de maatschappij. In hoeverre voldoet thuisonderwijs daaraan? De Kinderombudsman wil dat de overheid onderzoekt of kinderen die thuis zitten, goed onderwijs krijgen. Want ook kinderen die niet naar school gaan, hebben het recht op onderwijs en ontwikkeling.
Hier hebben kinderen recht op
In het Kinderrechtenverdrag staat waar kinderen recht op hebben. Als het gaat om kinderen die niet naar school gaan, spelen de volgende artikelen een rol:
- Bij een besluit over kinderen moet hun belang altijd vooropstaan (artikel 3).
- Ieder kind heeft het recht om zich zo volledig mogelijk te ontwikkelen. Hiervoor moeten kinderen opgroeien in een omgeving die ervoor zorgt dat ze een goede kindertijd hebben én goede kansen voor de toekomst (artikel 6).
- Ieder kind heeft het recht om te vertellen wat het vindt van zaken die hem of haar aangaan. Die mening moet serieus genomen worden (artikel 12).
- Ieder kind heeft recht op onderwijs (artikel 28).
- Onderwijs moet ervoor zorgen dat kinderen hun talenten ontwikkelen en volledig gebruiken (artikel 29).
Bekijk wat het kind nodig heeft
Blijft een kind regelmatig thuis van school, of zit het langere tijd thuis? Dan is er iets aan de hand. Het kan zijn dat het kind niet de ondersteuning krijgt die het nodig heeft, thuis of op school. Het is belangrijk om te onderzoeken wat het probleem precies is en wat het kind nodig heeft. Daar mag het kind zelf ook iets over zeggen.