Onvoldoende bescherming van minderjarig slachtoffer van zedenmisdrijf
Een moeder klaagt erover dat haar minderjarige zoon heel vaak is gebeld vanuit een Penitentiaire Inrichting (PI). Hij is gebeld door de man die er later van verdacht werd dat hij haar zoon had misbruikt. De vrouw klaagt er ook over dat het Openbaar Ministerie (OM), de politie en de Dienst Justitiƫle Inrichtingen (DJI) naar elkaar wijzen bij de vraag hoe het kon gebeuren dat de man zo vaak met haar zoon belde. Tot slot klaagt de moeder over de manier waarop DJI met haar zorgen en vragen is omgegaan toen zij een klacht bij DJI indiende.
De Kinderombudsman vindt het belangrijk dat het OM, de politie en DJI minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik beschermen. Ook moeten zij niet vergeten dat er mogelijk nog meer slachtoffers zijn. Omdat de man contact kon leggen met zijn minderjarige slachtoffer vindt de Kinderombudsman dat de instanties niet genoeg hebben gedaan aan zorg en toezicht. Ze hebben niet genoeg rekening gehouden met het recht van de zoon van de vrouw op bescherming als slachtoffer van seksueel misbruik.
De Kinderombudsman vindt dat de instanties niet naar elkaar mogen wijzen, maar dat ze beter met elkaar moeten samenwerken en belangrijke informatie met elkaar delen.
Tot slot vindt de Kinderombudsman dat binnen de gevangenis zaken langs elkaar heen gaan. Bij de bescherming van een minderjarige tegen mogelijke seksuele uitbuiting, is dit niet goed. Daarom vindt de Kinderombudsman dat de moeder gelijk had met haar drie klachten.
De Kinderombudsman doet de volgende aanbeveling aan de politie, het OM en DJI gezamenlijk: Herzie het huidige stelsel van contactbeperkingen in Penitentiaire Inrichtingen en versterk daarbij de preventieve bescherming van minderjarige slachtoffers.