Hoewel de Kinderombudsman deze ambitie deelt, constateert ze dat het belang van het kind onvoldoende centraal staat in het voorstel. De overheid moet eerst zorgen voor duurzame, veilige opgroeicondities, tijdige passende hulp en sterke samenwerking tussen onderwijs, zorg, veiligheid en bestaanszekerheid. Ook ontbreekt een transparante uitwerking van de Kinderrechtentoets, waardoor niet duidelijk is hoe belangen van kinderen zijn afgewogen in het wetsvoorstel.
Verder waarschuwt de Kinderombudsman dat strengere toegang tot jeugdhulp kan leiden tot rechtsongelijkheid, gemiste signalen van onveiligheid en kinderen die tussen systemen vallen. Ook heeft ze zorgen over de toegekende rol aan de lokale teams omdat de kwaliteit, capaciteit en deskundigheid van lokale teams en specialistische zorg nog onvoldoende op orde zijn.
Dit wetsvoorstel, zo concludeert de Kinderombudsman, is te veel gericht op stelselbeheersing in plaats van op het daadwerkelijk versterken van kinderrechten.