Aanwezig in huis, maar onvoldoende beschermd
Dit rapport gaat over Lisa (niet haar echte naam). Zij is een meisje dat vroeger van zingen, dansen en paardrijden hield. Lisa heeft autisme. Daarom heeft zij een hulphond. Zijn naam is Jack (niet zijn echte naam). Hij is heel lief voor Lisa en helpt haar goed, bijvoorbeeld als ze verdrietig is of het moeilijk heeft.
Toen Lisa veertien jaar was, viel de politie het huis binnen waar zij met haar moeder en Jack woonde. Dat gebeurde 's ochtends vroeg. De politie wilde de volwassen broer van Lisa aanhouden die bij hen logeerde. Hij werd van iets strafbaars verdacht. Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) had de politie toestemming gegeven voor de inval.
De klacht van Lisa en haar moeder
Lisa en haar moeder dienden een klacht in bij de Kinderombudsman. Hun klacht gaat erover dat het OM en de politie voor, tijdens en na afloop van de inval niet genoeg rekening hielden met Lisa en haar kinderrechten. Lisa heeft nog steeds veel last van de inval.
Het onderzoek
De Kinderombudsman onderzocht de klacht van Lisa en haar moeder. Daarom sprak de Kinderombudsman met Lisa en haar moeder. Ook stelde de Kinderombudsman vragen aan het OM en de politie. Hierna onderzocht de Kinderombudsman of het OM en de politie goed zijn omgegaan met de kinderrechten van Lisa. Daarbij keek de Kinderombudsman naar drie momenten:
1. de voorbereiding van de inval door het OM en de politie;
2. de uitvoering van de inval door de politie;
3. de nazorg na de inval door de politie.
Wat vindt de Kinderombudsman
De Kinderombudsman vindt het belangrijk dat het OM en de politie hun werk goed kunnen doen. Daar hoort bij dat zij mogen beslissen om iemand in een huis aan te houden als dat echt nodig is. Als het OM en de politie weten dat er een kind in huis is, dan moeten ze voor, tijdens en na de inval rekening houden met de rechten van het kind. Dat betekent bijvoorbeeld dat het kind zo goed mogelijk wordt beschermd tegen geweld. Ook moet het kind informatie krijgen over wat er aan de hand is en moet het kind de kans krijgen om zijn mening te geven en te vertellen wat het nodig heeft. Als het kind een beperking heeft, moet daar rekening mee worden gehouden. Tot slot moet er na afloop hulp zijn voor het kind om de inval te verwerken. In de situatie van Lisa hebben het OM en de politie niet genoeg rekening gehouden met de kinderrechten van Lisa. Daarom vindt de Kinderombudsman dat Lisa en haar moeder gelijk hebben met hun klacht.
Advies van de Kinderombudsman
De Kinderombudsman geeft een advies aan het OM en de politie zodat zij kunnen leren van wat er met Lisa is gebeurd. Dat is ook wat Lisa graag wil: dat andere kinderen niet hetzelfde meemaken als zij. De Kinderombudsman adviseert het OM en de politie om regels te maken waarin staat wat zij voor, tijdens en na een inval doen als er tijdens de inval een kind thuis is. Die regels moeten rekening houden met kinderrechten. De Kinderombudsman adviseert het OM en de politie ook om ervoor te zorgen dat iedereen die daar werkt de regels kent en zich eraan houdt.