Kinderen en dakloosheid

Alle kinderen hebben recht op een eigen thuis, samen met hun ouders.

Te veel mensen in Nederland hebben geen eigen thuis. Daarbij zijn ook kinderen en jongeren. Sommige slapen op straat – zij zijn dakloos. Maar de meeste kinderen zonder eigen thuis logeren met hun ouders bij familie of vrienden. Of ze wonen in een slechte, tijdelijke woonruimte, zoals een oud, leegstaand huis, een caravan of auto – zij zijn thuisloos. Ook komt het voor dat kinderen naar een pleeggezin moeten omdat hun ouders geen eigen thuis hebben. Voor de gezondheid, het welzijn en de ontwikkeling van kinderen is een eigen thuis een voorwaarde.

Man, vrouw en dochter op straat

Wat vindt de Kinderombudsman?

Alle kinderen hebben recht op een eigen thuis waar ze samen met hun ouders of verzorgers kunnen wonen. De overheid moet meer doen om dakloosheid en thuisloosheid tegen te gaan. De belangen van kinderen moeten daarbij altijd vooropstaan. Zij moeten een stabiele woonplek hebben.

Een eigen thuis is onmisbaar voor kinderen

Kinderen hebben een vaste plek nodig om te wonen. Een veilige haven waarin zij zich ook emotioneel thuis kunnen voelen. Op straat slapen is onveilig en ongezond voor kinderen. En het is ook niet goed om steeds op zoek te moeten naar een plaats om te overnachten, bijvoorbeeld bij familie of vrienden. Of om in een slechte, tijdelijke woonruimte te wonen. Dat geeft spanning en is soms ongezond, bijvoorbeeld als het koud en vochtig is.

Steeds verhuizen en met je spullen slepen geeft je het gevoel dat je nergens thuis bent. En dat doet veel met kinderen. Kinderen zonder eigen thuis kunnen problemen krijgen op school, bijvoorbeeld omdat ze geen plek hebben om te leren. Sommige kinderen gaan daardoor van school zonder diploma. Verder is het voor kinderen zonder eigen thuis moeilijker om vrienden te maken, want ze kunnen die niet mee naar huis nemen. Ze schamen zich ook vaak of worden gepest.

Kinderen worden gescheiden van ouders

Als een gezin geen eigen thuis heeft, gaan kinderen soms naar een pleeggezin. Dat lost wel het woonprobleem van het kind op, maar zo ontstaat er een ander probleem. Volgens artikel 9 van het Kinderrechtenverdrag mogen kinderen namelijk niet worden gescheiden van hun ouders, behalve als daar heel goede redenen voor zijn. Kinderen en ouders mogen dus niet uit elkaar worden gehaald als er nog andere oplossingen mogelijk zijn. Is er geen thuis meer? Dan vinden wij het belangrijk dat er een oplossing komt voor het hele gezin. En dat iedereen probeert om het gezin bij elkaar te houden.

Geen eigen thuis na jeugdhulp

Sommige kinderen en jongeren wonen in een instelling van jeugdhulp (eerst jeugdzorg), bijvoorbeeld omdat ze thuis problemen hebben. Maar als de jeugdhulp eindigt, is er niet altijd een woning voor hen. Als je 18 wordt, kun je wel hulp krijgen via de Wet maatschappelijke ondersteuning, maar je moet dan veel meer zelf regelen. Lang niet alle jongeren lukt het om woonruimte te vinden. Zij kunnen in gevaarlijke situaties terechtkomen. Ze worden bijvoorbeeld gedwongen tot seks in ruil voor een slaapplaats, of komen in de criminaliteit.

Een totale aanpak

Wij zien in ons werk dat dakloosheid en thuisloosheid vaak ontstaan en blijven bestaan door verschillende problemen tegelijk. Daarom is het belangrijk om al die problemen samen aan te pakken. Daarbij is één organisatie nodig die de leiding heeft en die ervoor zorgt dat alle betrokken partijen goed samenwerken. Ook moet de overheid de belangen van kinderen altijd vooropstellen. Dreigt een gezin bijvoorbeeld dakloos te worden en moet de gemeente beslissen of het gezin een urgentieverklaring krijgt voor een woning? Dan moet de gemeente beter rekening houden met het belang van het kind: als er kinderen bij betrokken zijn, moet een gezin altijd voorrang krijgen.