Armoede is niet alleen een geldprobleem

De overheid moet meer doen om armoede onder kinderen te bestrijden.

Armoede is een probleem dat al heel lang bestaat. Voor kinderen is het zwaar om op te groeien in armoede. Er is bijvoorbeeld te weinig geld voor eten, drinken en kleren. Of om schoolboeken te kopen, verjaardagen te vieren, lid te worden van een sportclub of mee te gaan op een schoolreisje. Armoede is bovendien niet alleen een geldprobleem, want geldzorgen veroorzaken ook andere problemen, zoals stress, schaamte en problemen met de opvoeding. En wie in armoede opgroeit, blijft vaak als volwassene ook arm.

Meisje knuffelt teddybeer

Wat vindt de Kinderombudsman?

De Kinderombudsman wil een volledige aanpak om armoede te bestrijden. Het is niet voldoende om te kijken naar hoe je het leven van kinderen verbetert met spullen. Er is een samenhangende aanpak nodig voor de hele leefomgeving van kinderen. Dat begint met het verbeteren van de onzekere, instabiele thuissituatie. Maar het betekent ook dat de overheid moet bekijken hoe de leefomgeving buitenshuis eruitziet voor het kind. De overheid moet dus investeren in alle leefomstandigheden van kinderen. En neemt de overheid beslissingen die kinderen direct of indirect raken? Dan moet zij meer rekening houden met kinderen die in armoede leven. Bijvoorbeeld bij de beslissing over een huisuitzetting of bij het afgeven van een urgentieverklaring om een woning te krijgen. Bij dat soort besluiten moet de overheid het belang van het kind beter meewegen dan nu het geval is. Kinderen mogen niet op straat komen te staan.

Leven onder de armoedegrens

In Nederland groeien 115.000 kinderen en jongeren op in armoede. In totaal leven in Nederland 540.000 mensen onder de armoedegrens. En daarnaast zijn er ook nog eens 1,2 miljoen mensen die een inkomen hebben dat nét boven die grens ligt, en die geen of weinig spaargeld hebben. De armoedegrens is het inkomen waarmee je genoeg geld hebt voor je basisbehoeften. Dat gaat bijvoorbeeld om uitgaven aan eten en drinken, een woning, energie, gezondheidszorg en kleding. Dit zijn de laatst bekende cijfers van het CBS (2023). Die cijfers dalen trouwens wel de laatste jaren, maar er zijn dus nog steeds ontzettend veel volwassenen en kinderen die in armoede leven. Bij elkaar opgeteld kunnen meer dan 1,7 miljoen mensen in Nederland niet of niet goed rondkomen met het geld dat zij hebben.

Vervelende gevolgen van weinig of geen geld hebben 

Als je geen geld hebt voor de basisbehoeften, dan kan dat vervelende gevolgen hebben. Je kunt bijvoorbeeld de energierekening of de huur niet meer betalen. Dat kan betekenen dat je je huis niet meer kunt verwarmen of dat je je huis zelfs uit moet. Ook kun je misschien de schoolboeken voor je kinderen niet betalen, waardoor ze niet goed kunnen meekomen op school. Dat zorgt voor stress. Mensen lenen soms geld om uit de problemen te komen, maar vaak zorgt dat juist voor nieuwe problemen, omdat ze naast hun vaste lasten dan ook die lening moeten aflossen. Zo kun je uiteindelijk in een uitzichtloze situatie terechtkomen, wat nóg meer stress oplevert.

Dit is niet alleen voor volwassenen erg, want armoede is ook slecht voor kinderen en jongeren. Zowel thuis als buitenshuis kunnen zij veel dingen niet doen. Armoede heeft daarom een negatief effect op hun ontwikkeling. 

Wat zegt het Kinderrechtenverdrag?

Het belang van kinderen moet vooropstaan bij alle maatregelen die kinderen aangaan, dat staat in artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag. Als ouders bijvoorbeeld een urgentieverklaring aanvragen, dus om voorrang vragen bij het toewijzen van een woning, dan moet de gemeente ook rekening houden met hun kinderen. Voor kinderen is een stabiele thuissituatie heel belangrijk.

Daarnaast heeft ieder kind recht op een levensstandaard die voldoende is om zich te ontwikkelen (artikel 27). De levensstandaard zegt iets over basisbehoeften zoals eten en drinken, een huis, kleding, een veilige omgeving en gezondheidszorg. Maar ook over bijvoorbeeld de lichamelijke, geestelijke en maatschappelijke ontwikkeling.

Dat ieder kind het recht heeft om te vertellen wat het vindt van zaken die hem of haar aangaan is ook bij armoede belangrijk (artikel 12). Het beleid van de overheid gaat namelijk meestal over ouders, zonder erop te letten wat dat betekent voor kinderen. Het is daarom belangrijk om kinderen te laten vertellen wat iets met hen doet, en dat serieus te nemen.