Geweld tegen kinderen

Helaas komt geweld tegen kinderen in Nederland nog steeds voor. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de thuissituatie, zoals mishandeling door ouders. Maar ook op andere plaatsen komt geweld tegen kinderen voor, zoals op straat, op school of op een plek waar kinderen verblijven, zoals een jeugdhulpinstelling of pleeggezin.

Droevig kijkend meisje in teddyjas

Wat vindt de Kinderombudsman?

De overheid moet zich inspannen om elke vorm van geweld tegen kinderen te voorkomen. Kinderen hebben recht op een veilige omgeving, niet alleen waar ze wonen, maar bijvoorbeeld ook op school en op straat. Heeft een kind toch geweld meegemaakt? Dan moet de overheid alles doen wat nodig is om het kind geestelijk en lichamelijk te laten herstellen.

Wat is geweld tegen kinderen?

Geweld tegen kinderen houdt in dat iemand een kind bewust pijn of verdriet doet. Het gaat dan niet alleen om schoppen, slaan en ander lichamelijk geweld. Er is namelijk ook sprake van geweld tegen kinderen als iemand een kind regelmatig uitscheldt, bang maakt of vertelt dat het niet gewenst is. Dat heet emotionele mishandeling. Opsluiten en vastbinden is ook emotionele mishandeling. Ook verwaarlozing is geweld. Het hoeft daarbij niet alleen om lichamelijke verwaarlozing te gaan, waarbij een kind bijvoorbeeld geen eten en drinken krijgt, want het kan ook gaan om emotionele verwaarlozing, waarbij een kind niet voldoende aandacht, liefde, warmte en erkenning krijgt.

Natuurlijk is ook (seksueel) misbruik geweld tegen kinderen, of dat iemand kinderen dingen laat doen die niet goed voor hen zijn, om er zelf aan te verdienen (uitbuiting). Kinderen zijn ook online wel slachtoffer. Bijvoorbeeld met digitaal kinderlokken (grooming). Bij grooming probeert een volwassene online contact te krijgen met een kind om er seks mee te hebben. Of om het kind seksuele handelingen voor de webcam te laten doen. Ook seksuele afpersing (sextortion) komt voor bij kinderen. Bij sextortion chanteert iemand een kind met bijvoorbeeld naaktfoto’s die er van het kind zijn. Diegene dreigt die beelden te verspreiden, als het kind niet betaalt.

Beleid om geweld tegen kinderen te voorkomen

De overheid moet kinderen beschermen tegen alle vormen van geweld, mishandeling en verwaarlozing, en ingrijpen als dat nodig is. Dat staat in artikel 19 van het Kinderrechtenverdrag. De Kinderombudsman wil daarom dat de overheid beleid maakt om geweld tegen kinderen te voorkomen. Dat is vooral belangrijk voor situaties waarin het risico op geweld tegen kinderen hoog is. Bijvoorbeeld als ouders niet de vaardigheden hebben om kinderen op een gezonde manier op te voeden, of als ouders zelf psychische problemen hebben. Daarbij is ook aandacht nodig voor armoede, want de spanning die geldgebrek veroorzaakt, kan leiden tot geweld tegen kinderen.

Om beleid te maken, is het ook wenselijk om in beeld te brengen hoeveel kinderen te maken hebben met geweld. De Kinderombudsman wil dat de overheid daar werk van maakt.

Kinderen uit huis plaatsen bij geweld?

Vindt geweld tegen een kind thuis plaats? Dan kan het nodig zijn om een kind uit huis te plaatsen. Dat is een beslissing die vraagt om een zorgvuldige afweging. Het Kinderrechtenverdrag zegt daarover dat het belang van het kind voorop moet staan (artikel 3) en ook dat ouders de eerste verantwoordelijkheid hebben voor de opvoeding van hun kinderen. De overheid moet daarbij zorgen voor hulp en ondersteuning als dat nodig is (artikel 5). De Kinderombudsman wil dat de overheid ouders die dat nodig hebben helpt, zodat zo veel mogelijk kinderen veilig bij hun ouders kunnen blijven wonen. Kinderen en ouders mogen alleen van elkaar worden gescheiden als dat in het belang van het kind is en als daarbij alle regels worden gevolgd die daarvoor zijn (artikel 9). De belangrijkste regel is dat alles is geprobeerd om kinderen en ouders bij elkaar te houden. Is er echt geen andere mogelijkheid en is het in het belang van het kind om niet langer bij de ouders te blijven wonen? Dan moeten kinderen en ouders hun mening kunnen geven. Wordt een kind uit huis geplaatst? Dan geldt als uitgangspunt dat wordt gewerkt aan terugkeer naar huis. Daarnaast hebben ouders en kind recht op regelmatig persoonlijk contact. Maar niet als dat contact niet in het belang van het kind is. Ook de beslissing over het contact moeten de betrokken professionals heel zorgvuldig nemen. Het is belangrijk dat ze hierover eerst praten met het kind en de ouders.

Hulp om te herstellen

Kinderen die geweld, verwaarlozing, mishandeling of uitbuiting hebben meegemaakt, hebben ook recht op hulp om daarvan te herstellen. Die hulp moet plaatsvinden in een veilige omgeving. Dat staat in artikel 39 van het Kinderrechtenverdrag. De overheid moet ervoor zorgen dat de juiste hulp om te herstellen beschikbaar is voor deze kinderen, bijvoorbeeld traumabehandeling.

Een plek om veilig je verhaal te vertellen

Voor kinderen die geweld ervaren, is het vaak moeilijk om daarover te praten. Zeker als het geweld van een ouder komt. Schaamte, angst en trouw aan de ouder spelen daarbij een rol. Om hulp zoeken zo makkelijk mogelijk te maken, moet er volgens de Kinderombudsman één plek zijn dicht bij de woonplaats van een kind waar kinderen hun verhaal kunnen vertellen. Die plek moet uitnodigend en veilig zijn. En het is belangrijk dat kinderen maar één keer hun verhaal hoeven te vertellen. Voor kinderen die geweld hebben meegemaakt, is het verhaal vertellen namelijk al moeilijk genoeg. Alle professionals die mogelijk betrokken raken bij het kind, moeten erbij zijn. Degenen die niet op die locatie zijn, kunnen online meeluisteren. Als alle professionals direct horen wat het kind heeft verteld, kunnen ze daarna gelijk bekijken wat voor het kind het beste is en welke hulp ze kunnen geven.
 

Onderzoek

De Kinderombudsman heeft onderzoek gedaan naar kinderen die opgroeien met ruzie en geweld thuis. Daarover gaat het rapport Niemand hielp mij.