Als gevolg van richtingsbezwaren van ouders

Vrijstelling leerplichtwet

"alleen nog onder strikte voorwaarden vrijstelling leerplichtwet op grond van richtingsbezwaren"

In de Nederlandse leerplichtwet staat dat kinderen en jongeren vanaf 5 jaar naar school moeten, zodat ze zich goed kunnen ontwikkelen en helemaal mee kunnen doen in de samenleving. Ouders kunnen op basis van hun geloof of levensovertuiging een vrijstelling van de leerplichtwet aanvragen (op grond van artikel 5 onder b van de leerplichtwet). De afgelopen tien jaar is het aantal kinderen dat thuisonderwijs krijgt vanwege deze richtingsbezwaren van hun ouders, gestegen van zo'n 600 naar ongeveer 2500 kinderen.

jongen en meisje zitten thuis op de grond

Wat vindt de Kinderombudsman?

Dit is een ontwikkeling die zorgen wekt. Bij het geven van de vrijstelling wordt er namelijk geen onderzoek gedaan naar het belang van het kind. En is de vrijstelling goedgekeurd, dan is er geen zicht meer op het kind; krijgt het kind wel onderwijs en zo ja, wat is de kwaliteit daarvan? En hoe gaat het met de ontwikkeling van het kind? In de huidige wetgeving zijn de rechten van ouders erg belangrijk, terwijl kinderrechten niet voldoende zijn beschermd. Dat moet anders.

Wat kinderen zeggen

De Kinderombudsman sprak met een groep kinderen die vanwege de richtingsbezwaren van hun ouders of verzorgers zijn vrijgesteld van de leerplichtwet. Deze kinderen krijgen thuisonderwijs. Zij deelden hun ervaringen en lieten weten wat er volgens hen mis is met de inrichting van het onderwijssysteem dat er nu is. Zo vinden ze dat kinderen die naar school gaan veel stress hebben door toetsen, vinden zij leren niet leuk en staat weinig beweging hun leren en gezondheid in de weg. Het is voor de kinderen die de Kinderombudsman sprak logisch dat de mogelijkheid voor thuisonderwijs moet blijven bestaan. Maar dan wel onder voorwaarden (eisen en regels): thuisonderwijs moet geregeld worden in de wet en er moet een vorm van toezicht op komen. 

Oproep

De beeld van deze kinderen lijkt voor een groot deel op het standpunt van de Kinderombudsman. Zij roept de staatssecretaris van OCW Tielen op om alleen nieuwe vrijstellingen op grond van artikel 5 onder b van de leerplichtwet te geven als ze voldoen aan belangrijke kinderrechtelijke bescherming, zoals:

  • een precies en betrouwbaar onderzoek naar het belang van het kind, wat betekent dat er met het kind gesproken wordt; 
  • toezicht op de vraag of een kind überhaupt kwalitatief onderwijs krijgt;
  • een check op de vraag of het voor een kind thuis veilig is;
  • bij aanpassingen van wet- en regelgeving rond artikel 5 onder b van de leerplichtwet in gesprek te gaan met alle groepen kinderen die daarmee te maken krijgen en te kijken wat het beste past bij het beeld dat zij hebben. Dit is onmisbaar om wetgeving en beleid te kunnen maken waarbij kinderrechten echt voorop staan.

Wat zegt het Kinderrechtenverdrag?

Als het gaat om een vrijstelling van de Leerplichtwet op grond van richtingsbezwaren zijn verschillende kinderrechten belangrijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vier kernbepalingen uit het Kinderrechtenverdrag: artikel 2, 3, 6 en artikel 12 VN-Kinderrechtenverdrag. Deze rechten zijn belangrijk voor elkaar (horen bij elkaar) en gaan over: het recht op gelijke behandeling (artikel 2 geen discriminatie), het belang van het kind (artikel 3), ieder kind heeft het recht om te leven en zich te ontwikkelen (artikel 6), het recht om een mening te geven, ieder kind heeft het recht om te vertellen wat het vindt van zaken die hem of haar aangaan. (artikel 12). Het recht om te leven en zich te ontwikkelen betekent ook het recht op het ontwikkelen van een eigen identiteit.

Ook artikel 5, 14, 18, 28 en artikel 29 uit het Kinderrechtenverdrag zijn belangrijk. Ouders hebben de eerste verantwoordelijkheid over de opvoeding en ontwikkeling van het kind. Het belang van het kind, zoals beschreven in artikel 3, is het meest belangrijk (artikel 5). Ouders of verzorgers hebben de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen, en welk onderwijs hun kind gaat volgen. Dit moet gedaan worden op een manier die goed is voor het kind. De overheid moet zorgen voor hulp en ondersteuning als dat nodig is (artikel 18). 
Kinderen zijn vrij om te denken en te geloven wat ze willen. Ouders begeleiden hun kinderen hierin, maar een kind mag dus zelf zijn of haar eigen geloof of levensbeschouwing kiezen (artikel 14). Ook heeft ieder kind recht op onderwijs. De overheid moet hierin helpen als dit lastig is (artikel 28). Onderwijs moet ervoor zorgen dat kinderen hun talenten ontwikkelen en volledig gebruiken (artikel 29).

Meer weten?

Wil je meer weten over vrijstellingen van de leerplichtwet op grond van richtingsbezwaren van ouders? 

Lees hier onze brief aan de staatssecretaris en ons standpunt