Artikel 7: Naam, nationaliteit en inschrijving van de geboorte
Verdragstekst
1.
Een kind wordt meteen na de geboorte ingeschreven en heeft vanaf de geboorte het recht op een naam, het recht op een nationaliteit en het recht om de eigen ouders te kennen en door hen te worden verzorgd.
2.
De landen die het Kinderrechtenverdrag hebben ondertekend, zorgen ervoor dat zij deze rechten waarmaken. Dat doen zij volgens het recht in hun eigen land en de verplichtingen die zij internationaal hebben, in het bijzonder als het kind anders staatloos zou zijn.
Kern
Ieder kind heeft vanaf de geboorte recht op een naam en een nationaliteit. Ook heeft ieder kind het recht om te weten wie de eigen ouders zijn en om door hen te worden verzorgd.
Waarom is inschrijving, nationaliteit en opgroeien bij de ouders zo belangrijk?
Artikel 7 regelt dat een kind officieel bekend is bij de overheid en dat het een nationaliteit krijgt. En dat kinderen het recht hebben om te weten wie hun ouders zijn en om bij hen op te groeien. Maar waarom is dit nu zo belangrijk om te regelen?
Inschrijving van de geboorte
Ieder kind heeft het recht om na de geboorte ingeschreven te worden in een register van de overheid. In Nederland zijn ouders verplicht om hun kind te registreren. Hun kind komt dan in de Basisregistratie Personen te staan en ontvangt een geboortebewijs: de geboorteakte. Op die akte staan ook de naam en de nationaliteit van het kind. De ouders geven hun kind een voornaam en een familienaam (achternaam). De familienaam is de achternaam van de moeder of van de vader, of van de moeder én de vader.
Deze registratie is een belangrijke stap, omdat een kind hiermee officieel bekend is als inwoner van een land. De naam van het kind is dan officieel geregistreerd, samen met wie de ouders zijn. Niet overal is het registreren van de geboorte van een kind vanzelfsprekend. Kinderen die geen geboortebewijs hebben, zijn dus niet officieel bekend bij de overheid. Zij hebben dan geen papieren om te bewijzen wie ze zijn. Dat kan voor problemen zorgen, bijvoorbeeld als een kind zich inschrijft bij een school of als het medische zorg nodig heeft.
Nationaliteit
Een kind heeft ook recht op een nationaliteit, dus dat het tot een bepaalde natie (land) behoort. Welke nationaliteit een kind heeft, hangt af van de wetten van het land waarin het is geboren én van de wetten van het land van de ouders. In sommige landen krijgen kinderen de nationaliteit van het land waarin zij geboren zijn, in andere de nationaliteit die de ouders hebben. Daarom kan een kind ook twee nationaliteiten hebben. Als je bijvoorbeeld in Canada bent geboren, krijg je de Canadese nationaliteit, en als je ouders Nederlands zijn, krijg je daarnaast de Nederlandse nationaliteit. Canada kijkt namelijk naar de nationaliteit van de plaats waar je bent geboren, en Nederland naar de nationaliteit van je ouders.
Een nationaliteit hebben is een belangrijk recht voor ieder kind, omdat je staatloos bent als je geen nationaliteit hebt. Als je staatloos bent, is geen enkele overheid verplicht om je als burger aan te nemen of om je rechten te beschermen.
Opgroeien bij de ouders
Kinderen groeien meestal op bij hun ouders, maar dat kan niet altijd. Dat kan bijvoorbeeld niet als hun ouders gescheiden zijn. Of omdat kinderen in een pleeggezin wonen of geadopteerd zijn. Dan hebben kinderen wel het recht om te weten wie hun ouders zijn. Dat geldt ook voor kinderen van donoren. Een donor is iemand die sperma of een eicel geeft aan twee mensen die samen geen kind kunnen krijgen. Het kind dat zo geboren wordt, heet een donorkind. Donorkinderen groeien niet op bij hun donor, maar hebben wel het recht om te weten wie dat is.
Algemeen commentaar
In het algemene commentaar (General Comment) nummer 7 bij het Kinderrechtenverdrag lees je meer over kinderrechten in de vroege kinderjaren (bron: Kinderrechten.nl).