Artikel 13: Vrijheid van meningsuiting
Verdragstekst
1.
Ieder kind heeft het recht op vrijheid van meningsuiting. Dat houdt ook in dat het kind informatie en denkbeelden mag verzamelen, ontvangen en doorgeven. Dat is niet beperkt tot een land en mag mondeling, schriftelijk, in de vorm van kunst of met behulp van andere media.
2.
Dit recht mag worden beperkt, maar die beperkingen moeten dan in de wet staan en nodig zijn:
- om de rechten of de goede naam van anderen te respecteren, of:
- voor de veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of wat hoort volgens de normen van goed gedrag.
Kern
Ieder kind is vrij om te zeggen wat het vindt en moet toegang hebben tot informatie die kan helpen een mening te vormen.
Toelichting
Kinderen hebben recht op vrijheid van meningsuiting. Dat houdt ook in dat ze vrij zijn om informatie en ideeën te verzamelen en te verspreiden. Ze moeten daarbij wel rekening houden met de rechten van anderen. Als hun mening of de informatie die ze verspreiden nadelig kan zijn voor anderen, dan kan het recht op vrijheid van meningsuiting worden beperkt. Maar beperken kan alleen als daarover iets in de wet staat.
De vrijheid van meningsuiting is heel belangrijk in een democratie. Dat een mening afwijkt van wat iemand anders als normaal ervaart, is geen reden om die mening te verbieden. De vrijheid van meningsuiting betekent ook dat je vrij mag praten over bijvoorbeeld je geloof, politieke mening, seksuele geaardheid of culturele achtergrond. En je mag alles gebruiken om je te uiten, of je nu praat, schrijft, beeldende kunst maakt of andere media gebruikt.