De Nederlandse leerplichtwet bepaalt dat kinderen en jongeren vanaf 5 jaar naar school moeten, zodat ze zich goed kunnen ontwikkelen en volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Ouders kunnen op basis van hun geloof of levensovertuiging een vrijstelling van de leerplichtwet aanvragen, op grond van het zogenaamde artikel 5 onder b van de leerplichtwet. Dit kan als ze van mening zijn dat er geen geschikte school voor hun kind beschikbaar is op een redelijke afstand van hun woning. Als de vrijstelling wordt afgegeven, gaan de kinderen niet naar school. Het is onduidelijk of zij dan thuisonderwijs krijgen, en als ze thuisonderwijs krijgen, wat de kwaliteit van dat onderwijs is. De afgelopen tien jaar is het aantal kinderen dat thuisonderwijs krijgt vanwege deze richtingsbezwaren van hun ouders, gestegen van zo'n 600 naar ongeveer 2500.
Zorgelijk
"Dit is een zorgelijke ontwikkeling, omdat er bij het verlenen van de vrijstelling geen onderzoek wordt gedaan naar het belang van het kind", zegt Kinderombudsman Margrite Kalverboer. "En is de vrijstelling eenmaal een feit, dan is er geen zicht meer op het kind; krijgt het kind wel onderwijs en zo ja, wat is de kwaliteit daarvan? En hoe gaat het met de ontwikkeling van het kind? “In de huidige wetgeving wegen de rechten van ouders zwaar, terwijl kinderrechten niet voldoende zijn geborgd. Dat moet anders".
Wat kinderen zeggen
Kalverboer sprak met een groep kinderen die vanwege de richtingsbezwaren van hun ouders zijn vrijgesteld van de leerplichtwet. Deze kinderen krijgen thuisonderwijs. Zij deelden hun ervaringen en maakten duidelijk wat er in hun ogen mankeert aan de inrichting van het huidige onderwijssysteem. Volgens hen hebben kinderen die naar school gaan veel stress door toetsen, vinden zij leren niet leuk en staat weinig beweging hun leren en gezondheid in de weg. Het is voor de kinderen die Kalverboer sprak vanzelfsprekend dat de mogelijkheid voor thuisonderwijs moet blijven bestaan, maar dan wel onder voorwaarden: thuisonderwijs moet geregeld worden in de wet en er moet een vorm van toezicht op komen.
Strikte voorwaarden vrijstelling
De visie van deze kinderen komt in grote mate overeen met het standpunt van de Kinderombudsman. Zij roept de staatssecretaris van OCW Tielen op om alleen nieuwe vrijstellingen op grond van artikel 5 onder b van de leerplichtwet te verlenen als ze voldoen aan belangrijke kinderrechtelijke waarborgen, zoals:
- een gedegen onderzoek naar het belang van het kind, wat impliceert dat er met het kind gesproken wordt;
- toezicht op de vraag of een kind überhaupt kwalitatief onderwijs krijgt;
- een check op de vraag of het voor een kind thuis veilig is;
- bij aanpassingen van wet- en regelgeving omtrent artikel 5 onder b van de leerplichtwet in gesprek te gaan met alle groepen kinderen die daardoor worden geraakt en passend belang te hechten aan hun visie. Dit is noodzakelijk om tot wetgeving en beleid te komen waarbij kinderrechten daadwerkelijk voorop staan.
Lees hier de brief aan de staatssecretaris over vrijstellingen leerplicht