Ieder jaar ontvangen de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman klachten over situaties in de jeugdhulp. Bij de Kinderombudsman staan zaken over jeugdhulp in de top 3 van aantallen klachten. In deze klachten wordt regelmatig genoemd dat ouders en kinderen een gebrek aan inspraak en participatie ervaren in de jeugdhulp (en daarmee de Jeugdwet). Daarom gaan de ombudsmannen onderzoeken op welke manier gemeenten en uitvoeringsorganisaties ouders en kinderen betrekken. En of ouders en kinderen het gevoel hebben dat dit goed en genoeg is. Ook willen de ombudsmannen weten wat de gevolgen zijn als gemeenten de uitvoering van zorgtaken uitbesteden aan private partijen.

Participatie en inspraak in het sociaal domein

De Nationale ombudsman brengt met een aantal onderzoeken de mate van participatie en inspraak  van burgers in het sociaal domein in kaart. De afgelopen vijftien jaar zijn meerdere taken van de Rijksoverheid overgedragen aan gemeenten. Met als belangrijkste redenen om burgers beter en sneller te kunnen helpen, menselijk contact te bevorderen en kosten te besparen. Gemeenten staan immers dichter bij de burger dan het Rijk.

In de praktijk blijkt dit niet altijd te lukken. De Nationale ombudsman ontvangt regelmatig klachten van burgers over gebrek aan inspraak en participatie. Hij vindt dat burgers invloed moeten kunnen uitoefenen op beslissingen en ontwikkelingen die hen rechtstreeks raken. De Nationale ombudsman onderzoekt daarom de inspraak en participatie in het sociaal domein. Het gaat daarbij specifiek over de Wmo, de Participatiewet en de Jeugdwet.

De Nationale ombudsman en de Kinderombudsman verwachtten het onderzoek naar de participatie en inspraak in de Jeugdwet in het eerste deel van 2024 af te ronden. Het onderzoek naar de Wmo rondde de Nationale ombudsman af in april van 2023. Aan het eind van de zomer van 2023 verwacht hij het onderzoek naar de Participatiewet af te ronden.