De ouders van Robin hebben co-ouderschap. Robin is nog in de groei en daarom moeten in de nabije toekomst een paar hulpmiddelen zoals de douchestoel bij beide ouders thuis worden vervangen. Maar, helaas is dit een probleem omdat geen van de gemeenten dubbele hulpmiddelen wil vervangen zodra dat nodig is.
Discussie tussen gemeenten over (financiële) verantwoordelijkheid
De moeder van Robin nam contact op met beide gemeenten om te vragen bij wie zij een aanvraag kon indienen voor de nieuwe hulpmiddelen. De gemeente waar vader en Robin staan ingeschreven vindt dat de gemeente waar moeder woont de hulpmiddelen bij moeder thuis moet geven of dat zij de andere gemeente een compensatie moeten bieden door middel van overname van de hulpmiddelen. De gemeente waar moeder woont vindt dat de aanvraag voor nieuwe hulpmiddelen moet worden opgepakt door de gemeente van vader en Robin. Ook wordt moeder op de bezwaar- en beroep procedures gewezen. De moeder van Robin neemt contact op met de Kinderombudsman.
Rol van de Kinderombudsman
De Kinderombudsman heeft eerst aan beide gemeenten gevraagd om alsnog met elkaar te overleggen om tot een oplossing te komen. Aan de gemeenten is uitgelegd dat uit artikel 3 van het VN-Kinderrechtenverdrag volgt dat het belang van Robin voorop moet staan bij alle beslissingen die zij nemen. Ook moet Robin bij beide ouders gebruik kunnen maken van de hulpmiddelen. De gemeente van moeder heeft daarop laten weten juridisch te hebben uitgezocht wie aan zet is. Zij blijft vinden dat de gemeente van vader verantwoordelijk is, omdat Robin daar staat ingeschreven. De gemeente van vader gaf aan dat moeder voor toekomstige aanvragen naar de gemeente van moeder is gewezen en dat zij met deze gemeente van mening verschillen. Beide gemeenten geven dus aan niet verantwoordelijk te zijn voor het leveren van de hulpmiddelen bij moeder thuis.
De Kinderombudsman besloot daarop een onderzoek te openen naar beide gemeenten omdat de kinderrechten van Robin in het gedrang kwamen. Zo werd het juridisch aspect boven het belang van Robin gesteld. Haar ontwikkeling en gezondheid dreigden in de knel te komen als de hulpmiddelen niet op tijd konden worden vervangen. Ook moest er duidelijkheid en een oplossing komen voor het probleem.
Oplossing
De Kinderombudsman beëindigde het onderzoek omdat de gemeente van vader alsnog met een oplossing kwam door haar verantwoordelijkheid te nemen. De gemeente van vader had in reactie op de opening van het onderzoek juridisch advies ingewonnen en op basis daarvan een standpunt opgesteld. In dit standpunt zegt de gemeente op basis van de Wmo en rechtspraak alsnog verantwoordelijk te zijn voor het geven van hulpmiddelen die Robin nodig heeft om bij beide ouders te kunnen wonen. Robin is namelijk een ingezetene van de gemeente van vader omdat zij daar staat ingeschreven.
In het standpunt staat dat uit de Wmo en de rechtspraak volgt dat een kind bij co-ouderschap, maar één hoofdverblijfplaats kan hebben. Dit geldt ook als het kind feitelijk twee verblijfplaatsen heeft door het co-ouderschap. Het is op basis van de wet niet mogelijk om 'ingezetenschap' te splitsen. In het geval van co-ouderschap geldt het adres waar het kind staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Het adres van inschrijving van het kind in de BRP is dus bepalend voor de vraag welke gemeente verantwoordelijk is om hulpmiddelen te verstrekken wanneer sprake is van co-ouderschap.
Kinderrechten in de knel
Hoewel de Kinderombudsman blij is dat er uiteindelijk een oplossing en duidelijkheid is voor de situatie van Robin, is zij wel kritisch op de manier waarop de gemeenten hebben gehandeld. Het is jammer dat de gemeenten er onderling niet uit zijn gekomen. De gemeenten hadden namelijk ook kunnen toezeggen om toekomstige aanvragen voor dubbele hulpmiddelen in behandeling te nemen om daarna met elkaar achter de schermen afspraken te maken over de financiering daarvan.
Het is zorgelijk dat de gemeenten in deze zaak geen oog lijken te hebben gehad voor de kinderrechten van Robin. Gemeenten moeten namelijk altijd rekening houden met de kinderrechten uit het VN-Kinderrechtenverdrag. Zo waren de volgende kinderrechten belangrijk voor de situatie van Robin:
- Gemeenten moeten het belang van het kind altijd vooropzetten als zij een beslissing nemen over het leven van een kind (artikel 3);
- Ieder kind heeft recht om zich in de ruimst mogelijke mate te ontwikkelen. De (decentrale) overheid is verplicht om een veilige omgeving te creëren waarin kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en ongestoord kunnen opgroeien (artikel 6);
- Kinderen met een handicap hebben recht op bijzondere zorg en moeten zoveel mogelijk thuis kunnen wonen. Ouders moeten daarbij worden ondersteund in de vorm van voldoende zorgaanbod en financiële middelen (artikel 23);
- Ieder kind heeft recht op de best mogelijke gezondheid en op gezondheidszorgvoorzieningen (artikel 24).