Uit het onderzoek blijkt dat 8% van alle kinderen zegt dat er thuis vaak ruzie is, waarbij soms wordt gescholden, geslagen of geschopt.
 

In totaal deden in vijf jaar tijd 7.059 kinderen tussen de 8 en 18 jaar mee aan het onderzoek; 565 van hen gaven aan dat er thuis sprake is van ruzie en geweld. Geweld tegen kinderen betekent elke vorm van fysiek, psychisch of seksueel contact die voor een kind bedreigend of gewelddadig is. Bijvoorbeeld slaan of schoppen, maar ook uitschelden of kleineren, verwaarlozen of getuige zijn van aanhoudende ruzies tussen ouders of broers en zussen.
 

We laten deze kinderen in de steek

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer: "Ik vind het schokkend dat veel kinderen die het thuis heel moeilijk hebben zeggen dat ze er alleen voor staan. We laten als samenleving deze kinderen in de steek. Ze groeien onveilig op, krijgen niet de kans om zich goed te ontwikkelen en verliezen het vertrouwen in de toekomst. En ze dragen de zichtbare en onzichtbare littekens hun leven lang mee". Een 18-jarig meisje zegt hier in het onderzoek over: "Er was vooral de laatste jaren veel huiselijk geweld door m’n vader naar mij en m’n moeder. Er zijn veel nare dingen gebeurd. Ik voel me de laatste tijd angstig en depri".
 

Hulpverlening faalt

Veel kinderen met ruzie en geweld thuis die hun leven een onvoldoende geven hebben meerdere problemen. Ze wonen bijvoorbeeld in armere wijken, hebben thuis geldproblemen, komen uit een gezin met gescheiden ouders, op school gaat het niet goed of ze worstelen met psychische problemen. Hun behoefte aan steun is groot, maar die blijft vaak uit. Alle kinderen die thuis onveilig zijn, hebben recht op hulp die op tijd komt en past bij wat ze nodig hebben. Maar als er al hulp is, schiet deze vaak tekort. 
 

De Kinderombudsman wil dat de Rijksoverheid en gemeenten de problemen bij Jeugdbescherming en Veilig Thuis met spoed aanpakken. Deze organisaties zijn al jarenlang niet in staat kinderen te beschermen en te ondersteunen. De Kinderombudsman benadrukt ook dat professionals die met kinderen werken- zoals medewerkers van GGD's, wijkteams en scholen – moeten zorgen voor een veilige plek voor kinderen. Hier kunnen zij vertellen over wat zij thuis meemaken en leren zij wat een normale opvoeding is.

Iedereen moet iets doen

De Kinderombudsman wijst erop dat niet alleen professionals, maar iedereen in Nederland iets kan en moet betekenen voor kinderen die thuis onveilig zijn. "Ik roep daarom iedereen op – een buurvrouw, leerkracht, schoolarts, voetbalcoach, ouder van een ander kind, oom of tante – om met een kind te praten als je je zorgen maakt. Wacht niet af. Laat zien dat je er bent en helpt waar je kunt. Zorg dat je een kind dat onveilig opgroeit niet in de steek laat", zegt Kalverboer.
 
Lees hier het onderzoek Niemand hielp mij